Voor grote bouwprojecten is een Milieu Effect Rapport (MER) een wettelijke vereiste. In een MER worden de effecten, die bouwplannen hebben op het milieu en de omgeving beschreven. Ook worden mogelijke alternatieven beschreven. Voor de eerste negen deeltrajecten van de Noord-Zuid Route is een MER gemaakt. Voor de leiding Beverwijk - Wijngaarden wordt de MER in 2011 opgesteld. Elk MER brengt zorgvuldig in kaart welke aanlegtechniek op welke plek gebruikt kan worden. Bij het onderzoeken van de effecten wordt bepaald in hoeverre de aanlegwerkzaamheden aanleiding geven tot tijdelijke hinder of verstoring. Ook wordt gekeken naar de mogelijkheden om deze hinder en verstoring te beperken. Het gaat hierbij onder meer om geluidhinder, verstoring van bodem, grondwater, landschap, archeologie en de tijdelijke effecten van het bovengrondse ruimtegebruik. Verder wordt gekeken naar de (tijdelijke) verstoring van flora en fauna. Daarbij gaat speciale aandacht uit naar soorten en gebieden, die beschermd zijn op grond van de Natuurbeschermingswet (de zogenoemde Natura 2000-gebieden en beschermde natuurmonumenten) en de Flora- en faunawet. Voor wat betreft de Noord-Zuid Route is duidelijk dat permanente effecten in de gebruiksfase - als de aanleg is voltooid - zeer beperkt blijven.
Besluitvorming
Elk MER ligt voor alle betrokkenen ter inzage en er vinden inspraakronden plaats. De onafhankelijke MER-commissie beoordeelt uiteindelijk of een MER voldoende informatie bevat om het milieubelang volwaardig te kunnen meewegen bij de besluiten over de vergunningen en de bestemmingsplannen.
